Hoe kies ik de juiste schop of bats?
Wat betekent de inslag op een bats of schop?
Dankzij deze inslag weet je precies welke bats of schop je het beste kunt gebruiken. Zo maak je eenvoudig de juiste keuze.

Wat is het verschil tussen een bats, schop en een schep?
Drentse bats, zandschop, steekbats, ballastschep, betonschop, panschop... noem maar op.
Dan is er ook nog de betonschop. Deze schop heeft een rechte voorzijde en wordt ook betonbats of Holsteiner schop genoemd. Deze schop is oorspronkelijk op de markt gebracht voor in de bouw, maar is tegenwoordig redelijk algemeen bij hoveniers en stratenmakers.
Weten welke modellen er allemaal zijn? Kijk dan gelijk bij:
Welke verschillende schoppen en batsen zijn er?
Een ballastschop wordt vrijwel altijd uitgevoerd met een D-steel of een lange steel zonder hilt. Een stalschop zit standaard een lange schopsteel zonder hilt (batsesteel). Bij een graanschop komt zowel een D-steel, als een gebogen schopsteel zonder hilt (batsesteel) voor.
Waarom staan er cijfers op een schop of bats?
'Een bats met 1/4 000 blad moet je hebben' wordt wel eens gezegd. Nu weet je wat dat is.
Batsen, schoppen en scheppen zijn er in allerlei soorten. Afhankelijk van de toepassing is een bepaalde bats of schop het meest geschikt. Het hangt natuurlijk ook af van je persoonlijke voorkeur.

Een bats of schop is voorzien van een codering, de zogenaamde inslag. Deze inslag geeft informatie over twee maatvoeringen:
- Dulstand (hoe hoog de dul staat)
- Bladbreedte
Dankzij de inslag weet je precies welke bats of schop je beste kunt kiezen en voor welke werkzaamheden hij het meest geschikt is.
Met een dul wordt de steelaansluiting van bijvoorbeeld een hark, spade, vork of schop bedoeld. Vrijwel altijd is een dul rond, vaak voorzien van een schroefgat of -sleuf. In het schroefgat of de sleuf kan een schroef, bout of klinknagel geplaatst worden om het gereedschap stevig vast te maken aan de steel.
De binnenzijde van een dul kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld conisch, excentrisch of recht. Dit is afhankelijk van het soort gereedschap. Een dul wordt soms ook 'huisje' genoemd.
Het getal of breuk waar een ‘D’ voor staat, geeft de dulstand aan. Dit geeft aan hoe hoog de dul is opgebogen. Hoe hoger de dulstand, des te schuiner de dul staat. Dit bepaalt hoe vlak of recht een schop of bats op de ondergrond staat en is ontworpen om mee te steken of scheppen.
De nullen op het blad staan voor de bladbreedte. Hoe meer nullen, des te smaller het blad. ‘000’ is dus smaller dan ‘0’. De nullen in het blad staan dus niet voor de hardheid van het staal, zoals soms gedacht wordt.
Welke dulstanden zijn er?
Handig om te onthouden over de dulstand: rechter om te steken, schuiner om te scheppen.
Het is belangrijk om een passende steel bij de dulstand te kiezen, afhankelijk van de toepassing. De buiging van de steel bepaald mede hoe vlak of recht het blad op de grond komt tijdens gebruik.
Rechte dulstand
Specifiek bij een steekbats of Drentse bats.
1/4 opgebogen
Meestal bij een steekbats of Drentse bats.
1/2 opgebogen
Gebruikelijk bij een schepbats, zandschop, bats Hollands model, betonschop en een vlakbats.
3/4 opgebogen
Vrijwel altijd bij een schepbats, zandschop, bats Hollands model en een kabelschop.
Welke dulstand kun je het beste kiezen?
Als je veel zand, grond of ander los materiaal moet scheppen is een bats met hoog opgebogen dul het handigst. Kies dan dus een schepbats of betonschop met een dulstand van 1/2 of 3/4 opgebogen. Wanneer het blad vlak aan de grond ligt, komt de steel nog steeds redelijk hoog uit. Je hoeft dan niet zoveel te bukken.
Moet je vooral veel graven en steken? Dan is een rechtere dulstand veel handiger. Omdat de steel relatief recht staat ten opzichte van het blad, gaat hij rechter de grond in en kun je makkelijker werken. Tijdens het werk is het vaak een combinatie van graven en scheppen. Daarom wordt heel vaak voor dulstand 1/4 opgebogen gekozen. Met deze dulstand kun je goed steken en nog steeds redelijk makkelijk vlak scheppen.
Welke bladbreedtes zijn er bij schoppen en batsen?
Iedere bladbreedte heeft zo zijn voordelen en nadelen bij het steken, scheppen of vlakken.
De bladgroottes bij schoppen en batsen zijn van groot naar klein: 2 – 1 – 0 – 00 – 000
Er zijn uitzonderingen wat de bladbreedte betreft. Zo heeft het Frankfurter model bats een bladbreedte van maar liefst 5. Deze is dus extra breed. Ballastschoppen, graanschoppen en stalschoppen hebben vaak een bladbreedte 4, 5 of 6. Deze modellen hebben dus standaard meestal een groter blad. Kabelschoppen zijn juist weer extra smal. Hier wordt de bladbreedte aangegeven in centimeters, zoals 10 cm, 11,5 cm of 16 cm.
Soms wordt gedacht dat de nullen de hardheid van het staal aangeven, dit is dus niet het geval.
Betonschop
Dulstand 1/2 of 3/4 opgebogen
Kabelschop
Dulstand 1/2 of 3/4 opgebogen
Welke schoppen en batsen zijn er?
Batsen, schoppen en scheppen zijn er in allerlei soorten en maten, met verschillende stelen.
We hebben vooral gesproken over de dulstanden en bladbreedtes van steekbatsen, betonschoppen, schepbatsen en kabelschoppen. Hieronder geven we van deze veel gebruikte gereedschappen extra uitleg over de kenmerken, toepassing en de verschillende modellen. Ook leggen we uit welke soort stelen er het beste in passen. Lees verder over de:

Wat is het verschil tussen een steekbats en schop Drents model?
De steekbats of Drentse bats is een allround model met een redelijk plat blad en vlakke rand.
Een steekbats wordt ook wel panschop, of op z'n Brabants 'Panneke' genoemd.
Vaak wordt gekozen voor een steekbats met opstap (schouderstrip). Hierbij zit op de afgeronde bovenzijde van het blad (de schouders) een ronde of platte strip. Deze zorgt voor extra grip en beschermt schoeisel tegen beschadiging tijdens het steken.
Welke steel past in een steekbats?
Een gebogen schopsteel in lengte 110 cm is veruit de meest gekozen steel voor een steekbats. Maar lengte 100 cm, 120 cm en 130 cm zijn ook populair. Een steekbats is ook beschikbaar met een Atlas Meetsteel.
Vrijwel alle steekbatsen worden met en zonder steel geleverd.
Soms wordt in een steekbats een dubbel gebogen steel gezet, zoals bij de Stratenmakersbats. In deze combinatie wordt een steekbats gebruikt om te vlakken, bijvoorbeeld bij een zandbed voor bestrating.
Waarvoor gebruik je een betonschop of Holsteiner schop?
Een betonschop is populair bij stratenmakers, hoveniers, grondwerkers en in de bouwsector.
Door stratenmakers en infra bedrijven wordt een betonschop veel gebruikt voor het egaliseren van het cunet of zandbed. Doordat een betonschop vlak schept, wordt het zandbed mooi vlak en blijft de onderlaag stabiel. Met het blad haaks op de ondergrond, wordt bovendien zand of grond op hoogte gebracht of weg geschraapt. Een betonschop wordt daarom ook egaliseerschop genoemd.
In de bouw wordt een betonschop gebruikt voor het scheppen van beton, specie, zand en andere losse materialen. Met de rechte voorzijde schraapt men eenvoudig alles bij elkaar. Omdat het blad enigszins hol is, zijn er makkelijke grote volumes mee te scheppen.
Bladbreedte 0 is een veel gebruikte maatvoering bij betonschoppen. Daarnaast komt breedte 2 soms ook voor. In de bouw en infra worden ook veel kabelschoppen gebruikt. Deze hebben juist een heel smal blad van bijvoorbeeld 11,5 of 16 cm.
Er zijn ook betonschoppen met afgeronde hoeken en een gepolijste snede. Deze uitvoering is ideaal voor het scheppen van grote volumes uit een bigbag, aanhanger of kruiwagen. Dankzij de afgeronde hoeken blijft het blad van de betonschop niet haken in een bigbag. In een aanhanger of kruiwagen is er minder kans op beschadiging.
Welke steel past in een betonschop?
In combinatie met een dubbel gebogen steel heeft een betonschop de perfecte hoek voor egaliseren en een zo ergonomisch mogelijke werkhouding. Meestal kiest men voor een schopsteel in lengte 110 cm of 130 cm.
Vrijwel alle betonschoppen worden met en zonder steel geleverd.
Stratenmakers en hoveniers kiezen regelmatig voor een betonschop in combinatie met een Atlas Meetsteel. Hiermee kan snel en eenvoudig diepte en afstand gecheckt worden tijdens het graven en vlakken.
Hoe zie ik het verschil tussen een zandschop en schepbats?
Zowel een zandschop, schepbats als bats Hollands model heeft een hoog opgebogen dul.
De dulstand van een zandschop of schepbats is meestal 1/2 of 3/4 opgebogen. Dankzij de hoog opgebogen dul blijft het blad mooi vlak op de grond, terwijl de steel relatief hoog uitkomt. Ideaal dus om vlak over de grond te scheppen. Graven of steken gaat minder makkelijk met een schepbats. Hiervoor is een steekbats meer geschikt.
Schepbatsen en zandschoppen zijn in veel verschillende bladbreedtes beschikbaar. Alle breedtes van 0 tot en met 2 worden gebruikt. Iedereen heeft zo zijn voorkeur. Het breedst is het Frankfurter model, met een bladmaat van maar liefst 5. Voor een schepbats geldt natuurlijk: hoe breder het blad, hoe meer volume er geschept wordt.
Omdat met een schepbats makkelijk veel los materiaal geschept wordt, komt dit type bats voor in allerlei sectoren. Een schepbats wordt vrij algemeen gebruikt door agrariërs, hoveniers, stratenmakers, bouwvakkers, grondwerkers en in publiek onderhoud.
Het egaliseren van een zandbed gaat wel met een schepbats, maar is veel makkelijker met een betonschop. Deze is vlakker en heeft een rechte rand. Daarnaast gebruiken stratenmakers en infra bedrijven geregeld een vlakbats of stratenmakersbats.
Welke steel past in een schepbats?
De meest gekozen steellengtes voor een schepbats zijn 100 cm, 110 cm of 130 cm. In lengte 130 cm gaat de voorkeur vaak uit naar de zogenaamde batsesteel, zonder doorgestoken hilt.
Vrijwel alle schepbatsen worden met en zonder steel geleverd.
Welke kabelschop of diepschop is het handigst?
Een smalle kabelschop of diepschop is er met een rechte voorzijde of met een spitse punt.
Een kabelschop of diepschop wordt ook wel bananenschop genoemd (vanwege de vorm).
De meeste kabelschoppen hebben een dulstand van 3/4 opgebogen. Dankzij de hoog opgebogen dul blijft het blad van een kabelschop mooi vlak aan de grond. Zo schept men eenvoudig grond en zand omhoog, ook bij de diepere sleuven.
Kabelschoppen zijn beschikbaar in verschillende bladbreedtes, namelijk 10 cm, 11,5 cm, 14 cm en 16 cm. De meest gebruikte bladbreedtes zijn 11,5 cm en 16 cm. Dankzij het extra smalle blad, wordt de sleuf niet te breed en wordt er niet onnodig veel grond of zand omhoog geschept.
Kabelschoppen zijn er met een rechte voorzijde en met een spitse punt. Een kabelschop met een rechte voorzijde is ideaal voor het uitscheppen van vlakke sleuven. Met de rechte voorzijde trek je de sleuf makkelijk glad. Een kabelschop met een spitse punt is handiger voor het lossteken van de grond. Zeker bij dichtere bodems of hardere grondsoorten.
Wanneer er echt gestoken moet worden in een sleuf, is een kabelspade handiger. Een kabelspade heeft namelijk een rechter en dikker blad, wat beter bestand tegen zwaardere belasting. Daarnaast heeft een kabelspade een rechte T-steel, die het steken makkelijker maakt. Een kabelspade wordt ook draineerspade genoemd.
Welke steel past in een kabelschop?
Daarnaast is de Atlas Meetsteel ook een goede optie. Met de schaalverdeling op deze steel kan snel en eenvoudig de diepte van een sleuf gecheckt worden.
Vrijwel alle kabelschoppen worden met en zonder steel geleverd.





